De tekortkomingen van de recente klimaatenquête

De tekortkomingen van de recente klimaatenquête

Eerst en vooral: ik vind de bevraging over het klimaatplan een goed initiatief van de overheden van ons land (DS 5 juni) (http://www.standaard.be/cnt/dmf20190604_04444604), zulke enquêtes mogen er gerust meer zijn. Op die manier kun je voelen wat er leeft, en op een fijnmazigere manier dan bij nationale verkiezingen, waar alle verkiezingsthema’s op een hoop worden gegooid. Maar over de inhoud van de vragenlijst ben ik niet enthousiast. Ik ben burgerlijk ingenieur, master energie, heb gedoctoreerd op een energiegerelateerd onderwerp en weet waarover de problematiek gaat, maar ik durf mezelf geen expert te noemen. Toch zijn veel van de vragen die in de vragenlijst aan bod komen vragen waarover alleen experts op een weloverwogen manier kunnen oordelen. Hoe kan de gemiddelde burger inschatten of we moeten inzetten op biomassa, wind of zon? Dat is een sociaaleconomisch vraagstuk waarbij enorm veel factoren spelen, waaronder de prijs van al die technologieën. Daar heeft de gemiddelde burger geen zicht op. Bovendien zijn die aspecten dikwijls afhankelijk van de tijdgeest en de technologische en economische evolutie.

Ik denk dat we het er allemaal over eens zijn dat we inspanningen voor het klimaat willen doen. De vraag is niet of, of zelfs hoe we die inspanningen kunnen realiseren, maar wel hoe ver we daarin moeten gaan en dus welke kosten daar voor ons, als maatschappij, aan gekoppeld zijn. Kosten doorrekenen via de fiscaliteit of individuele personen subsidiëren is niet de juiste weg om in te slaan. Dat leidt alleen tot meer onduidelijkheid en administratie bij een overheid die nu al haar vacatures niet ingevuld krijgt. Waarom belasten we energie (of liever: CO ) niet gewoon? Dan kunnen we de vrije markt haar gang laten gaan om aan die stijgende kosten een antwoord te bieden, of dat nu met zon, wind of iets anders is, al dan niet met sociale correcties en een verlaging van andere belastingen ter compensatie. Dat heeft als bijkomend voordeel dat minder bekende technologieën die energie besparen ook een kans krijgen. Laat het beleid met beleid bezig zijn en schuif geen technische oplossingen naar voren die misschien al achterhaald zijn op het moment dat een wet goedgekeurd wordt. Laat het beleid met beleid bezig zijn en schuif geen technische oplossingen naar voren die misschien al achterhaald zijn op het moment dat een wet goedgekeurd wordt Dat beleidsmatige mag nog veel meer aan bod komen in deze enquête. Dit zijn bijvoorbeeld enkele vragen die ik mis:

  • Vinden wij, als maatschappij, dat een individu de bouwvergunning voor een windmolen in zijn (verre) achtertuin mag blokkeren? Zijn we voor wetten of procedures die dat uitsluiten? Dezelfde vraag moeten we stellen voor hoogspanningsmasten.
  • Aanvaarden we dat elektriciteit duurder wordt wanneer die hoogspanningsmasten plots een omleiding van 50 kilometer moeten maken of ondergronds moeten gaan?
  • Aanvaarden we dat er af en toe een black-out is als die hoogspanningsmast niet (op tijd) gebouwd raakt en dat dat leidt tot bijkomende kosten voor de industrie, die uiteindelijk weer bij de burger terechtkomen?
  • Zijn we voorstander van een (verdere) verschuiving van belastingen op werk naar belastingen op CO2 ? De nettolonen gaan dan omhoog, maar je betaalt meer taksen op CO2 en alle afgeleide producten (elektriciteit, brandstof). Hoeveel van dat bijgekomen budget aan het eind van de maand overblijft, heb je dan zelf in de hand.
  • Mogen we windmolens op zee bouwen in het zicht van de kust? Zo niet, wat mogen we dan wel? Geen CO2-uitstoot, geen wind, geen kernenergie? Dan schiet alleen de zon nog over en die schijnt vooralsnog ’s nachts niet.

Bij dit soort vraagstellingen, maar ook in het politieke debat, moet het duidelijk zijn dat de keuze voor of tegen een bepaalde maatregel kosten impliceert die we samen betalen. We moeten consequent zijn, elke euro kunnen we maar eenmaal uitgeven. Wanneer we kiezen voor subsidies en belastingen zouden we ons dus telkens moeten afvragen: ‘Willen we aan dit beleid x euro uitgeven?’ Dat is praktisch moeilijk werkbaar, met de vraagstellingen van deze enquête is het moeilijk om de gevolgen in te schatten. Een mogelijk alternatief is om een deelproblematiek van het energiedebat eerst kort te kaderen en de burger dan twee budgettair gelijkaardige maatregelen voor te schotelen, zodat die geïnformeerd een voorkeur kan aangeven.

Over de auteur:
Filip Jorissen is postdoctoraal onderzoeker energieconversie (KU Leuven) en mede-oprichter denktank YERA.

Skills

Posted on

16/06/2019