Elektriciteit balanceren over de grenzen heen

Elektriciteit balanceren over de grenzen heen

Een kwestie van techniek en politiek

Het elektriciteitssysteem is iets heel bijzonders. Hoewel deze appreciatie niet door iedereen gedeeld wordt, moet je toegeven dat de elektrische energiemarkt wel erg verschilt van eender welke andere markt. Normaalgezien produceer je iets en houd je het bij tot iemand het van je wil kopen. Bij elektriciteit zit het wel even anders. Het opslaan van elektriciteit is zeer moeilijk, in principe moet alles wat geproduceerd wordt op hetzelfde moment ook opgebruikt worden. Of beter: alles wat verbruikt wordt, moet door iemand op datzelfde moment geproduceerd worden. Indien dit niet het geval is, is er een probleem, een groot probleem.

 

In België is netbeheerder Elia verantwoordelijk voor deze balans. Ze maakt zelf geen elektriciteit, maar zorgt voor het hoogspanningsgedeelte  van de elektriciteitstransmissie. Omdat ze zelf niet echt bezig is met het maken of verbruiken van elektriciteit, probeert ze haar zware taak van balansverantwoordelijke af te schuiven op zo veel mogelijk andere partijen volgens de alom bekende filosofie: “Wat je zelf doet, moet je betalen”.  Hoewel anderen het werk laten doen in de praktijk vrij goed werkt, loopt het af en toe toch nog eens fout. Dan komt de verantwoordelijkheid terug op de schouders van Elia terecht. Om deze problemen op de lossen heeft Elia reserves: centrales die betaald worden om op commando meer of minder te gaan produceren. Momenteel heeft elk land zijn eigen reserves die allemaal betaald worden om klaar te staan in geval van nood. Nu rijst de vraag, alleszins bij sommigen, of het niet goedkoper zou zijn om dit voor heel Europa samen te doen.

Een eerste logische stap in deze samenwerking zou zijn om te stoppen met elkaar tegen te werken. Als België momenteel teveel stroom produceert en Nederland te weinig, zullen beide landen geld betalen om de productie respectievelijk te verlagen en te verhogen terwijl er in het geheel misschien niets aan de hand was. Een aantal landen hebben dit intussen begrepen en werken samen in de zogenaamde IGCC (International Grid Control Cooperation).

Dit is al zeer mooi, maar het kan beter. Men zou bijvoorbeeld ook samen reserves kunnen zoeken en betalen. Op deze manier kunnen de goedkoopste van beide landen gekozen worden. België en Nederland zijn dit aan het onderzoeken in hun pilootproject “Design and evaluation of a harmonized reactive balancing market with XB optimization of Frequency Restoration while keeping control areas, bid zones, and Regulatory oversight intact”. Deze veel te lange naam geeft aan dat ze geïnteresseerd zijn in samenwerking, maar toch de verantwoordelijkheden nog zo veel mogelijk gescheiden willen houden.

Een samenwerking kan immers ook nadelen hebben. Waar balanceren duur is, zal het goedkoper worden, maar het omgekeerde geldt ook. Het is dan ook ten zeerste de vraag of het laatste land bereid zal zijn tot samenwerken voor het algemene goed. Zelfs wanneer iedereen baat heeft bij een samenwerking kan een akkoord nog lang op zich laten wachten. Verbonden tussen landen zijn immers vaak politiek geïnspireerd. Dat een samenwerking met de Belgische regering wel eens wat vertraging kan oplopen spreekt dan ook voor zich. Verder moet er ook voldoende “ruimte” in de kabels zijn om de energie naar het land in nood te brengen wat ook een aantal uitdagingen met zich mee brengt.

De eerste stappen voor het balanceren van het elektriciteitssysteem over de landsgrenzen heen zijn gezet. Of het zal leiden tot een volledige samenwerking waarbij iedereen te hulp schiet wanneer er zich ergens problemen voordoen, valt echter nog af te wachten. Over het hele systeem gezien zou dit kunnen zorgen voor mooie kostenbesparingen, maar daarvoor moeten de handen in elkaar geslagen worden ondanks de kleine meningsverschillen. De techniek is er klaar voor, de politiek binnenkort hopelijk ook.

 

Janne De Jong en Martijn Deckers, namens YERA vzw