AC/DC, van olifant tot vis

AC/DC, van olifant tot vis

Vroeger, in ver vervlogen tijd was er eens een strijd. Nikola Tesla en Thomas Edison, voorstanders van respectievelijk wissel- en gelijkstroomdistributie, vochten elk voor hun gelijk. De strijd om elektriciteit. De keuze tussen AC en DC was bepalend voor organisatie van het huidige elektriciteits- en transmissienet, maar ook bepalend voor het leven van Totsy, de ter dood veroordeelde olifant. Totsy moest het met z’n leven bekopen terwijl Thomas Edison trachtte te bewijzen hoe gevaarlijk Nicolas wisselstroom is. AC had het grote voordeel om hogere spanningen te bekomen m.b.v. transformatoren. Tot grote spijt van Totsy. Bij hogere spanning is de stroom lager voor eenzelfde vermogen. Deze kleinere stroom heeft tot gevolg dat de verliezen bij transport over het elektriciteitsnet lager zijn, en dus ook de efficiëntie . Echter, de dag van vandaag verschijnt DC opnieuw op het toneel. Door grote technologische vooruitgang in de vermogenselektronica is hoogspanning ook mogelijk voor DC. Het historisch grote nadeel van DC is nu dus achterhaald. Daarbij komt nog het voordeel dat er bij DC-transmissie geen verlies is door reactief vermogen, behalve tijdens overgangsverschijnselen (om correct te zijn). Reactief vermogen leidt ook tot een fysieke stroom, maar anders dan het werkelijke of actieve vermogen draagt deze niet bij tot het transport van nuttig vermogen. Reactief vermogen wordt gedurende een eerste halve periode door de bron geleverd, en gedurende de volgende halve periode terug geleverd aan de bron. Dit is een belangrijk probleem dat reeds bij korte afstanden sneller optreedt bij transmissie via kabels i.p.v. via bovenlijnen. Bij een kabel zitten de stroomvoerende geleiders dicht opeen verpakt, gescheiden door een isolatiemateriaal. Terwijl bij bovenleidingen lucht de...
Wat zit er in je elektriciteitsfactuur?

Wat zit er in je elektriciteitsfactuur?

De meeste gezinnen betalen jaarlijks hun factuur aan de energieleverancier. Engie, Lampiris, Luminus en Eneco zijn slechts enkele van de energieleveranciers in België. Ze klinken vertrouwd in de oren en met “blind vertrouwen” worden de meeste energiefacturen betaald. Moeten we ons zorgen maken dat we geen eerlijke prijs betalen voor de verbruikte energie? Nee, maar het kan geen kwaad om eens te kijken wat er allemaal in die energiefactuur zit. Om de elektriciteitsfactuur te begrijpen, moeten we eerst een kijkje nemen naar de huidige energiesector. De elektriciteit wordt eerst opgewekt bij een producent, waarna de stroom via het transmissienet naar de uithoeken van het land wordt getransporteerd. Daarna wordt de elektriciteit via het distributienet thuis geleverd. De energieleverancier heeft geen bijdrage tot de fysieke levering van de elektriciteit. Het enige waar de leveranciers zich mee bezig houden zijn financiële contracten. Ze kopen elektriciteit aan van de producenten en verkopen deze aan klanten (bedrijven en particulieren). De aankoopprijs van deze elektriciteit varieert (om de 15min) terwijl de verkoopprijs afhangt van het contract en meestal een vaste prijs is .   Zo’n 40% van de totale factuur gaat naar de energiekost, dit is het deel van de factuur die naar de leverancier gaat. Deze kost hangt af van leverancier tot leverancier, elke leverancier heeft zijn eigen marge(verkoopprijs-aankoopprijs). In deze 40% zit dus niet alleen de prijs van elektriciteit zelf, maar ook een kleine marge waar de leverancier zijn winst uit haalt. Het tweede grootste kostelement is het distributienettarief, in Vlaanderen gaat dit naar Fluvius, de distributienetbeheerder. Deze aangerekende kosten hangen af van de regio en deze zijn bedoeld om niet alleen...
Stroom wordt even gratis voor grote bedrijven dankzij … de wind

Stroom wordt even gratis voor grote bedrijven dankzij … de wind

Dat was de kop van de nieuwssite van de VRT vorige week over het feit dat er op de Belgische spot market van elektriciteit tegen zeer lage of zelfs negatieve prijzen stroom verkocht werd. [1] “Hoe komt dit en waarom is dit enkel voor grote bedrijven?” was de vraag die twitterend Vlaanderen massaal stelde. Hieronder vind je het antwoord op deze (en andere) prangende vragen. Welke markt? Eerst een kleine inleiding over hoe de energiemarkt er in Europa (en dus ook België) uitziet. Particulieren en de meeste bedrijven hebben geen rechtstreeks contract met de elektriciteitsproducent maar kopen hun stroom aan bij een tussenpersoon: de supplier of aanbieder genaamd. Een paar bekende suppliers in België zijn Eneco, Lampiris en Electrabel. Consumenten sluiten bij deze bedrijven een contract af om tegen een vaste prijs elektriciteit af te nemen. De supplier levert fysiek echter geen elektriciteit, maar gaat op zoek naar producenten van waar ze tegen een zo laag mogelijke prijs elektriciteit kunnen aankopen. Deze is meestal lager dan wat jij en ik betalen (zo maken de aanbieders namelijk hun winsten), maar soms kan deze ook hoger uitvallen. De aanbieders nemen met andere woorden het risico van fluctuerende prijzen op zich zodat jij gerust het licht kan aandoen zonder je zorgen te moeten maken over hoeveel de stroom je op dat moment exact kost. Suppliers kopen hun elektriciteit aan op ruwweg drie manieren: door één op één contracten met de producenten, op een soort veiling waar op elektriciteit voor de volgende dag verhandeld wordt (de day-ahead market) en de zogenaamde spot- of intraday market. Deze laatste is normaal duurder dan de day...
Rode Duivels versus Dracula: 1-1

Rode Duivels versus Dracula: 1-1

We weten ondertussen allemaal dat er actie moet ondernomen worden om de klimaatverandering te voorkomen. Het grootste discussiepunt in België is momenteel of wij deze extra inspanningen moeten leveren of dat wij reeds ons eerlijk deel bijdragen? Om na te gaan of België wel degelijk genoeg doet om de klimaatopwarming tegen te gaan, gaan we de situatie in België vergelijken met die van de rest van Europa. Omdat iedereen reeds weet dat de Scandinavische landen er veel beter voorstaan dan wij, dat Nederland en Duitsland veel meer geïnvesteerd hebben in duurzame energie en dat Frankrijk met zijn vele kerncentrales sowieso al elektriciteit heeft met een veel kleinere CO2 uitstoot dan gemiddeld, hebben we gekozen om de vergelijking te maken met een land waarvan u de situatie op gebied van elektriciteit hoogstwaarschijnlijk nog niet kent: Roemenië. Dit Oost-Europees land heeft het laagste GDP per capita van de EU, wel 4 keer lager dan dat van ons land. Je zou dus verwachten dat ze hopeloos achterop lopen op vlak van hernieuwbare energie en duurzame elektriciteitsopwekking. Laat ons dus even de vergelijking maken. Situatie in Roemenië Om een waardige studie te doen, zijn we vanuit YERA met een kleine delegatie naar Roemenië afgereisd. Tijdens deze inspectie van het land is opgevallen dat het landschap in Roemenië momenteel heel tweezijdig is: enerzijds zijn er nog de vele gelijkaardige grijze blokken van hun Oostblok verleden, anderzijds steken er hier en daar ook gigantische wolkenkrabbers uit van verschillende kapitalistische bedrijven die zich na de val van het Oostblok in Roemenië gevestigd hebben. Deze tweestrijd is ook zichtbaar in de beschikbare capaciteit aan elektriciteitsproductie die het...
Voedselverspilling: Is er een leven na(ast) je bord?

Voedselverspilling: Is er een leven na(ast) je bord?

Het klimaat, groene energie, … Het is alles wat de klok slaat de laatste tijd. Binnen deze thema’s komt ook steeds dezelfde pleidooi terug: we moeten voor de volle 100% inzetten op hernieuwbare energie om de uitstoot van CO2 te verminderen en de klimaatdoelstellingen te halen. De haalbaarheid van deze oproepen laat ik voor wat ze zijn, daarover kan een heel nieuw artikel geschreven worden. Een vaak terugkerende kritiek is dat het de taak is van de beleidsmakers om ervoor te zorgen dat deze doelstellingen gehaald worden. Nochtans zijn er nog steeds mensen die zelf op zoek gaan naar manieren om zelf hun voetafdruk te verminderen door bijvoorbeeld uitsluitend te reizen met het openbaar vervoer. Een veel gemakkelijkere manier om bij te dragen aan de reductie van broeikasgassen is evenwel door uw voedselverspilling te beperken. Wist u dat uit een rapport van Drawdown (een project van een groep wetenschappers, onderzoekers, activisten en beleidsmakers die de beste oplossingen om de klimaatverandering tegen te gaan oplijsten) blijkt dat de vermindering van voedselverspilling op nummer 3 staat. Zo zou een combinatie van plantaardige dieet met een halvering van de voedselverspilling tegen 2050 kunnen leiden tot een vermindering 26 Gton CO2 (cumulatief). Brengen we ook de vermindering van de ontbossing in rekening die prominent aanwezig is om onze huidige voedselproductie te verzekeren, dan zou dit zelfs kunnen oplopen tot 70 Gton CO2 in totaal tegen 2050, gerekend vanaf 2020. [1]  Wist-je-datjes Om de situatie wat te kaderen, zal ik beginnen met enkele wist-je-datjes over voedselafval. Zo blijkt voedselverspilling verantwoordelijk is voor 8% van de broeikasgassen uitgestoten wereldwijd op jaarbasis. [1] Bovendien blijkt uit...