Kiezen is verliezen

Kiezen is verliezen

Terwijl alle buurlanden rondom ons met mooie plannen staan te zwieren, zitten we in België vooral met onze handen in het haar. Dat komt omdat de Belgische beleidsmakers niet willen kiezen. Want kiezen is verliezen. En wat de politici vrezen te verliezen, zijn stemmen. Ons buurland Duitsland durft de noodzakelijke keuzes wel te maken. Duitsland marcheert met haar Energiewende aan de top van de energie-parade. Is de Duitse Energiewende dan de superoplossing? Dat is ze niet, maar ze schept wel duidelijkheid over waar het land naartoe wil. En dat horen investeerders graag. Daar tegenover staat de kernuitstap in België. Het voorbeeld van besluiteloosheid bij uitstek. Voor een volledige kernuitstap wil men hier niet met zoveel woorden kiezen. Want dat zou willen zeggen dat de energieprijs zal stijgen. Een kernuitstap betekent bovendien ook nog een verhoging van koolstofemissies. Kiezen is verliezen. Kernenergie een optie houden, is tegen de schenen schoppen van de publieke opinie. Kernenergie afbouwen is omwille van de hogere prijzen en CO2 uitstoot opnieuw een aanval op diezelfde publieke opinie. Regels en doelstellingen van de Europese Commissie proberen een energiebeleid in de verschillende deelstaten af te dwingen. Bij ons heeft het een omgekeerd effect. Het zorgt voor ondoordachte beslissingen op korte termijn om de doelstellingen te halen. Waren de subsidies voor zonnepanelen wel een goede beslissing? Ze kosten een klein fortuin en ze brengen meer problemen mee dan er opgelost werden. In energie is het enorm belangrijk dat technologieën (gaande van elektriciteitsproductie, via elektriciteitstransport tot de verbruiker)  op verschillende niveaus gelijkmatig groeien. België is een klein landje, er wordt jaarlijks slechts negentigduizend gigawattuur verbruikt. En toch is het...
Opinie: De Duitse “Energiewende” als Europees voorbeeld?

Opinie: De Duitse “Energiewende” als Europees voorbeeld?

Duitsland heeft besloten om zijn kerncentrales te sluiten tegen 2022. Deze beslissing werd genomen na de ramp in Fukushima in maart 2011. Op de juistheid van deze beslissing wordt hier niet ingegaan, veeleer op de ambitieuze doelen die de Duitsers hebben gesteld om over te stappen naar hernieuwbare energie. Tegen 2020 zou 35% van de geproduceerde elektriciteit hernieuwbaar moeten zijn(1). Tegen 2050 zou het hernieuwbaar aandeel zelfs 80% moeten bedragen. Wat hebben we van de “Energiewende” geleerd en wat kan de rest van Europa overnemen in haar eigen energiebeleid? De Duitse situatie wordt onder de loep genomen. Minder nucleair, meer wind In 2012 hebben onze Duitse buren 2415 MW extra windenergie geïnstalleerd, daarmee waren ze de grootste Europese investeerder in windmolenparken. Tegen eind 2012 werd 11% van de Duitse elektriciteit geproduceerd met windenergie. Slechts 16% van de totale elektriciteitsproductie kwam nog uit kernenergie, tegenover 22,4% in 2010. Investeringen in het hoogspanningsnet Zoals in figuur 2 is te zien, bevinden de windmolenparken zich vooral in het Noorden waar vlakke gebieden met constante wind te vinden zijn. De grote consumptiecentra (industrie en grote steden zoals Munchen, Frankfurt, Stuttgart, etc.) liggen veel zuidelijker, waardoor er nood is aan een grote transmissiecapaciteit die de opgewekte windenergie tot bij de consument brengt. Duitsland heeft de voorbije jaren al flink geïnvesteerd in deze Noord-Zuid verbindingen. Met een verdergaande verschuiving naar hernieuwbare energie, zal het net nog verder moeten worden uitgebreid. Het Duitse energieagentschap Dena schat dat de nodige investeringen zullen oplopen tot 42,5 miljard euro tegen 2030. Dit is niet enkel het gevolg van hernieuwbare productie-eenheden, maar ook van het tekort aan investeringen de voorbije decennia....

Het schaamrood van het Belgisch energiedebat

Te midden van het paniekvoetbal in de media rond de bevoorradingszekerheid van België voor deze winter valt ons oog op de uitspraken van Kristof Calvo, federaal parlementslid voor Groen!. Wij voelen ons als leden van YERA, een denktank rond energie, genoodzaakt te reageren op deze ongenuanceerde en ronduit foute beweringen. Dit is wat Calvo zei: “Op welke planeet leeft de N-VA? Hebben ze dan niet gemerkt dat 3 kernreactoren omwille van veiligheidsproblemen stilgelegd werden? Kernenergie is het probleem voor onze bevoorrading, niet de oplossing. Vandaag is dat meer dan ooit duidelijk. De bouw van een nieuwe centrale is zeer onwaarschijnlijk en zou in elk geval miljarden belastinggeld vragen en jaren duren”.   Stilgelegde reactoren Dat de drie kernreactoren stilgelegd werden omwille van veiligheidsproblemen is een misleidende uitspraak. U wekt de indruk dat kernenergie een onveilige energiebron is, wat toch genuanceerd moet worden. Het stilleggen van Doel 3 en Tihange 2 is een voorzorgsmaatregel. Het onderzoek loopt en de analyses hebben nog niet aangetoond dat er zich wel degelijk een probleem stelt. Net omdat de gevaren van kernenergie bekend zijn wordt er geen enkel risico genomen. Er is op geen enkel moment sprake geweest van gevaar voor werknemers of de bevolking.  Het toeschrijven van het probleem in Doel 4 aan de onveiligheid van kerncentrales is totaal uit de lucht gegrepen. Het incident deed zich voor in een turbine in het niet-nucleaire gedeelte van de centrale. Deze turbine wordt ook gebruikt in verschillende andere elektriciteitscentrales, waar zich dus net hetzelfde probleem kan voordoen. Bevoorradingszekerheid Het probleem van de bevoorradingszekerheid toeschrijven aan kernenergie en in die context pleiten voor meer hernieuwbare energieproductie...
Een vaag regeerakkoord voorkomt geen blackouts

Een vaag regeerakkoord voorkomt geen blackouts

Het energiedebat is weer helemaal weg van terug geweest. De regeerakkoorden zijn beklonken, maar geen haan die nog kraait naar het energiebeleid. Nochtans heeft de recente crisis nog maar eens duidelijk gemaakt dat er wel nog wat werk is aan het Belgische energiebeleid. Naast enkele concrete ideeën, bevat het regeerakkoord vooral vage doelen en onduidelijke maatregelen. Alhoewel deze later nog geconcretiseerd kunnen worden, bestaat de kans dat het bij deze vage ideeën blijven. Als dit het geval is, dan zal de bevoorradingszekerheid hier niet wel bij varen. Naast een kritische analyse van de voorgestelde maatregelen worden ook enkele oplossingen voorgesteld.     Het federaal regeerakkoord blijft in het algemeen bijzonder onduidelijk. Zo wil de regering een ‘technologieneutrale transitie naar een duurzaam energiesysteem’. Een nobel streven, maar wat is ‘technologieneutraal’? Betekent dit dat de steun voor verschillende hernieuwbare technologieën geharmoniseerd wordt? Of bedoelt de regering dat ze geen technologieën, bijvoorbeeld kernenergie, uitsluit? Om de bevoorradingszekerheid te garanderen, moeten alle opties ‘objectief en transparant’ onderzocht worden. Op korte termijn is de regering van plan om noodaggregaten in te zetten bij dreigende tekorten. Dit lijkt een goede maatregel, maar dergelijke noodgroepen kunnen maar voor een bepaalde duur elektriciteit produceren. Als het elektriciteitsnet toch nog crasht ondanks de extra productie, zijn alle back-up voorzieningen sneller uitgeput dan oorspronkelijk bedoeld, en kunnen kritieke infrastructuren niet langer bevoorraad worden. De overheid moet dus heel nauwkeurig overwegen of we dit risico willen nemen. Zoals verwacht, is de nieuwe regering ook van plan enkele kernreactoren langer operationeel te houden.  Het probleem is echter dat er, omwille van de voordien geplande sluitingen, geen uranium meer is bijbesteld. Uranium...