Elektrisch vliegen: het gat in de lucht?

Elektrisch vliegen: het gat in de lucht?

Brussels Airport was dit jaar al goed voor 178 296 vluchten (landing en vertrek) in de periode van januari tot eind september. Een cijfer dat ongeveer constant is ten opzichte van vorige jaren. Globaal gezien groeit het totale aantal vluchten echter nog altijd jaarlijks en alles wijst erop dat deze globale trend zich ook de komende jaren nog gaat doorzetten. De luchtvaart is namelijk het transportmiddel bij uitstek voor snel transport van goederen en mensen over grote afstanden. Het overgrote aandeel van de vliegtuigen vliegen echter nog steeds op een koolwaterstof brandstof (zoals kerosine) en vormen dus een bron van CO2-emissies. Volgens IEA (International Energy Agency) was de luchtvaart verantwoordelijk voor 2,5% van de globale energie gerelateerde CO2-emissies in 2018. Tegelijkertijd is een sterke daling van de CO2-emissies noodzakelijk om de klimaatverandering en de gevolgen hiervan tot een aanvaardbaar niveau te beperken. De Europese Commissie bijvoorbeeld publiceerde hiertoe zijn visie voor een klimaatneutraal Europa tegen 2050. Om die reductie in CO2-emissies te realiseren zonder het snel transport over grote afstanden (en de verwachte groei) drastisch te decimeren is er nood aan volwaardige alternatieven voor de klassieke luchtvaart. Een volwaardig alternatief voor de klassieke luchtvaart moet milieuvriendelijk zijn zonder reductie in transporttijd, -capaciteit, -bereik en comfort voor personentransport. Eén van deze potentiële volwaardige alternatieven voor de hedendaagse luchtvaart zouden elektrisch aangedreven vliegtuigen kunnen zijn, op voorwaarde dat de elektriciteit opgewekt wordt door hernieuwbare bronnen.  Binnen de luchtvaart wordt vaak het onderscheid gemaakt tussen korte afstands- en lange afstandsvluchten. Om een grens te definiëren tussen die twee beschouwt men korte afstandsvluchten vaak als vluchten korter dan 1000 tot 1500 km, al...
Moet het warm water opnieuw uitgevonden worden?

Moet het warm water opnieuw uitgevonden worden?

Warm water, waar komt dat eigenlijk vandaan? Tot een paar jaar geleden was de productie van sanitair warm water simpel: water werd verwarmd door een verbranding van stookolie of aardgas. Een eenvoudige en goedkope methode, maar zeer nefast voor de opwarming van de aarde. Een methode die dus zou moeten verdwijnen, willen we het klimaatakkoord van Parijs respecteren. Gelukkig zijn er de afgelopen twintig jaar grote doorbraken geweest bij enkele hernieuwbare technologieën. Daardoor zijn we nu in staat om hernieuwbare energie op te wekken zonder dat er CO2 wordt uitgestoten. Denk hierbij bijvoorbeeld maar aan zonnepanelen, zonnecollectoren en warmtepompen. Maar welke van die technologieën is op kleine schaal het meest bruikbaar? En wat betekent dit alles voor onze portemonnee?  Dimensionering Vooraleer we de bovenstaande vragen kunnen beantwoorden, is het noodzakelijk om eerst te weten hoe we het systeem rond elke hernieuwbare technologie het best dimensioneren. Tijdens het dimensioneren van een dergelijk systeem kijken we welke afmetingen ideaal zijn voor het opslagvat van sanitair warm water, welke soorten componenten best gebruikt worden en op welke manier de verschillende technologieën aangestuurd moeten worden. We doen dit omdat de vraag naar sanitair warm water voor elk huishouden verschillend is en een verwarmingssysteem dat exact afgestemd is op deze vraag tot grote besparingen kan leiden. De grootste besparingen komen voort uit een optimale keuze voor de grootte van het opslagvat en een optimale aansturing van de warmtepomp of de elektrische weerstand. Bij warmtepompsystemen kan je op die manier besparen op 10% van de totale kosten (zowel investerings- als operationele kosten), bij zonnepaneelsystemen bedraagt deze besparing 5%. De optimale technologie We kunnen nu deze...
Atoomoorlog tussen milieuactivisten

Atoomoorlog tussen milieuactivisten

Drie weken geleden werd in Zuid-Korea een nucleaire bouwstop teruggedraaid, op aanbeveling van een bevolkingsjury. Er wordt dan toch gekozen voor een verdere nucleaire bijdrage in de energiemix. Een uitzondering in de wereld? Nee hoor. Tussen de nooit eindigende discussie over de timing van de uitstap in ons landje, de nucleaire steekvlampolitiek in Duitsland en de selectiviteit van sommige berichtgeving, is het makkelijk om de realiteit in de rest van de wereld uit het oog te verliezen. Een update. Wereldwijd zijn er 60 commerciële reactoren in aanbouw, verdeeld over 16 landen, goed voor 60 gigawatt. China is koploper met 20 stuks in aanbouw, en meer in planning. Frankrijk besliste op 7 november om zijn gedeeltelijke afbouw tegen 2025 te laten varen. Zelfs Japan, recent expert in ongelukken, heeft zijn nucleaire vloot deels weer opgestart en bouwt ze verder uit. In de Key World Energy Statistics 2017 van het Internationaal Energie Agentschap wordt dan ook een wereldwijde toename van kernenergie voorspeld tegen 2040. En in de USA? Vorig jaar werd daar nog een nieuwe reactor opgestart, en vier andere reactoren zijn in aanbouw. Maar net zoals steenkool dreigt de oudere nucleaire vloot er uit de markt geduwd te worden door de overvloed aan goedkoop schaliegas. Moeten we blij zijn dat daar, net zoals in België, uranium vervangen zou worden door een fossiele brandstof? De beslissing tot ommekeer in Korea had heel wat voeten in de aarde. Nucleaire tegenstanders hadden immers veel bezorgdheid en angst gezaaid bij bevolking en politici, weinig verrassend met de gebruikelijke mythes. Greenpeace financierde zelfs de vertoning van een Koreaanse fictiefilm over een kernramp. Nucleaire technologie is...

De Duitse Energiewende: volgen we het voorbeeld van onze grote broer?

De Duitse Energiewende heeft als doel de transitie naar een duurzaam en energie-efficiënt Duitsland waar te maken. Dit nieuwe Duitsland zou volledig voorzien worden van energie door hernieuwbare energiebronnen. Nadat de stappen hiervoor wettelijk werden goedgekeurd na de kernramp van maart 2011 in Fukushima, zijn productie door wind en zon booming en zijn zeven kernreactoren gesloten. De Duitse Energiewende lijkt bij het grote publiek niet meer in vraag te worden gesteld. Is het echter allemaal wel zo rooskleurig als het lijkt en welke lessen kunnen we trekken uit het voorbeeld van onze grote broer in het oosten? De transitie is al heel wat voor de ramp in Japan ingezet en werd  bepaald door enkele bewuste keuzes vanuit de politiek. Reeds voor de millenniumwisseling werd er besloten om over te gaan tot een groene belastingswet en kort erna werd ook de Hernieuwbare Energie Wet goedgekeurd. In 2011 volgden dan de beslissingen dat tegen 2020 35% van de geproduceerde elektriciteit hernieuwbaar moet zijn en tegen 2050 zou het hernieuwbaar aandeel zelfs 80% moeten bedragen. Tenslotte werd de doelstelling gesteld om tegen 2020 het primair energieverbruik te doen dalen met twintig procent. Uitgaande van de Duitse grondigheid lijkt zelfs deze – zeer ambitieuze – doelstelling in goede handen. Ondertussen kan toch gesteld worden dat de Energiewende als concept een succes is. Vorig jaar reeds was een kwart van het binnenlands stroomverbruik afkomstig van hernieuwbare energie. Alleen al in 2012 hebben onze Duitse buren 2415 MW extra windenergie geïnstalleerd. Daarmee waren ze de grootste Europese investeerder in windmolenparken. Tegen eind 2012 werd 11% van de Duitse elektriciteit geproduceerd met windenergie. Slechts 16% van...