Zonnepanelen en hun verborgen CO2-uitstoot

Zonnepanelen verschijnen steeds meer op daken. Het is actueel in het nieuws. Energieopwekking met zonnepanelen lijkt onontbeerlijk voor een duurzame toekomst. Een duurzaam proces waarbij naast zonlicht geen brandstof nodig is. Het lijkt alsof er geen CO2-uitstoot plaatsvindt, of ontbreekt hier iets? Wanneer we spreken over groene energie is het belangrijk om te kijken naar het gehele plaatje met een levenscyclusanalyse. De levenscyclusanalyse beschouwt elektrische energie nodig voor alle stappen in het productieproces. Beginnende van ontginning van kristallijn silicium, zuivering, productie van zogeheten wafers, dopering, oppervlaktebehandelingen etc. tot het integreren in een zonnepaneel-module. Het duurt twee jaar om de energie te recupereren die nodig was voor de productie van een zonnepaneel. In België levert de zon jaarlijks ongeveer 1000 kWh/m2 voor een plat oppervlak. Positioneren van zonnepanelen naar de zon toe geeft hogere waarden. Commerciële zonnepanelen hebben een rendement van ongeveer 20% en leveren dus jaarlijks 200kWhe/m2 aan elektrische energie. Ruwweg de helft van de wereldwijde productie van zonnecellen gebeurt in China. De koolstofintensiteit bij elektriciteitsproductie in China bedraagt op nationaal vlak ongeveer 850g CO2/kWhe . In België is dit 160g CO2/kWhe. Beide cijfers zijn voor 2017. De koolstofintensiteit is sterk afhankelijk van de energiemix (gas, kernenergie, steenkool, zon,…). Vandaar grote verschillen tussen regio’s en over de jaren heen. Tijdens de productie komt er dus zo’n 340kg CO2/m2 vrij, ook wel de CO2 investeringkost genoemd. Deze uitstoot wordt ook vaak uitgedrukt in gram CO2 equivalent per eenheid geproduceerde elektrische energie. Met waarden die variëren tussen 20-60g CO2eq/kWhe. Dit is sterk afhankelijk van de levensduur, technologie van zonnepanelen, zonne-instraling enz. Deze notatie laat toe om te vergelijken met andere technologieën:...

Netvergoeding voor zonnepaneelbezitters juist? – Updated

Verschillende nationale kranten berichtten begin oktober 2012 dat de distributienetbeheerders Eandis en Infrax een overeenkomst hadden bereikt omtrent de netvergoeding. Deze zou op jaarbasis 50 euro per kilowattpiek (kWp) bedragen voor alle decentrale productie-installaties tot 10 kW met terugdraaiende teller. Deze overeenkomst betreft dus ook niet-hernieuwbare productie-eenheden. De impact van de netvergoeding zal het grootst zijn voor de particuliere zonnepanelen. De gemiddelde capaciteit van deze installaties schommelt rond de 4 kW waardoor het kostenplaatje op 200 euro per jaar zou uitkomen. Waarom een netvergoeding? Is dat de juiste prijs? En welke beslissingen zijn er ondertussen genomen? Waarom een netvergoeding? Particulieren met zonnepanelen op hun dak produceren energie als de zon schijnt. Indien ze de elektriciteit niet zelf gebruiken, wordt die via het elektriciteitsnet naar andere gebruikers gestuurd. Op momenten zonder zon leveren de panelen echter weinig energie en moet ook de zonnepaneelbezitter elektriciteit afnemen van het net. Hij is dus zowel producent als consument (prosument), waardoor hij het elektriciteitsnet intensiever gebruikt. Eandis claimt de voorbije vier jaar 543 miljoen euro extra kosten te hebben gehad als gevolg van deze verdeelde productie. Het distributienet is immers niet ontworpen om in beide richtingen te werken. Dat kan technische problemen opleveren zoals fluctuaties in de spanning. Bovendien draait de elektriciteitsmeter terug als de zonnepanelen elektriciteit op het net zetten. Velen betalen hierdoor minder of zelfs niet meer voor elektriciteit. Bijgevolg betalen ze ook minder of geen distributiekosten meer terwijl ze het net juist meer belasten dan een gewone consument (niet-prosument). Een netvergoeding is dus wel gerechtvaardigd, maar is het tarief dat zal worden aangerekend dat ook? Daarvoor moeten we de groenestroomsubsidiëring onder...