Kan de Amerikaanse olie sector een prijsoorlog overleven?

De WTI (West Texas Intermediate), een wereldwijde index ten opzichte van dewelke veel olie producenten hun prijzen bepalen , noteerde het afgelopen jaar gemiddeld  tussen de 50 en 60 dollar/barrel. Recent zakte hij echter bijna onder de 20 dollar/barrel. De reden van deze forse prijsdaling is het conflict tussen Rusland en Saudi Arabië, beide grote olieproducerende landen. Om de oplopende spanningen tussen deze twee landen volledig te begrijpen wordt in wat volgt dieper ingegaan op de factoren die deze prijsoorlog vormgeven.

Olieproductie wordt traditioneel opgesplitst in twee categorieën: conventionele en non-conventionele technieken. Conventionele olie wordt geproduceerd met traditionele boortechnieken, waarbij olie wordt opgepompt uit een oliebron. Non-conventionele olie omvat verschillende technieken zoals ‘light oil’ & ‘shale oil’. De technologie van shale oil bestaat al lang en werd gebruikt tot het midden van de 19e eeuw. Echter, door het ontdekken van grote reserves olie, die op een conventionele en dus goedkopere manier konden aangeboord worden, werd de techniek verlaten. Door de toenemende schaarste van conventionele olie reserves en de hoge olieprijs, werd de shale techniek terug interessant in het begin van de 21ste eeuw. Hierdoor is de shale olie productie wereldwijd enorm toegenomen, voornamelijk in de Verenigde Staten (VS). Men mag hierbij niet vergeten dat ondanks de sterke vooruitgang in technologie voor shale olie, deze nog steeds een stuk duurder is dan conventionele olie technieken en er dus een hoge olieprijs nodig is om winstgevend te zijn.

De VS is historisch altijd een groot olieproducerend land geweest, maar door de uitputting van conventionele olie reserves zijn ze steeds meer afhankelijk van non-conventionele technieken. Door de ‘boom’ in shale olie is de olie sector sterk gegroeid in de VS en zijn ze sinds September 2019 voor het eerst een netto olie exporteur (volgens het International Energy Agency). Ook was de VS het grootste olieproducerend land in 2019. Omdat olie nog steeds een belangrijk grondstof is en historisch gezien vaak voor geopolitieke spanningen heeft gezorgd, denk maar aan de oliecrisis in 1973, is de VS erg gesteld op zijn sterke olie positie. 

De OPEC (Organisation of Petroleum Exporting Countries) is traditioneel de speler die het aanbod op de vraag afstemt in de globale oliemarkt en op die manier voor een stabiele en hoge prijs zorgt. Meer bepaald neemt Saudi Arabië (SA), het grootste lid van OPEC, hier een leidende rol in. Wanneer het Corona virus uitbrak begin 2020 was het dus geen verrassing dat OPEC zijn productie wou verlagen om zo in te spelen op de verlaagde vraag. Aangezien het om een sterke daling ging wou OPEC hiervoor steun zoeken bij andere grote olieproducerende landen die geen lid zijn van OPEC, waaronder Rusland, onder de vorm van een ‘OPEC+’ bondgenootschap. Echter dit bondgenootschap strandde op een ‘njet’ van Rusland. Dit was de aanleiding voor SA om onder de redenering ‘als andere landen hun productie blijven verhogen, waarom zouden wij dat niet doen’ hun productie sterk op te drijven. Dit was het begin van een prijsoorlog waardoor de olieprijs in 2020 al +50% gezakt is. De achterliggende reden is echter Rusland die het wil opnemen tegen de grote Amerikaans shale industrie. Olie producenten wereldwijd zullen zich moeten aanpassen en kondigen massaal maatregelen aan om te overleven in deze prijzenoorlog. Rusland is er van overtuigd dat ze hun ‘national wealth fund’, een fonds opgebouwd met olie inkomsten van meer dan 170 miljard dollar, kunnen gebruiken om doorheen de prijsoorlog te komen. SA daarentegen kan goedkoper produceren door zijn conventionele olie reserves. Omdat Amerikaanse shale producenten een hoge olieprijs nodig hebben om winstgevend te zijn, zorgt deze prijs oorlog voor een existentiële crisis. Deze bedrijven opereerden vaak al op de rand van de winstgevendheid voor de prijzenoorlog waardoor ze een aanzienlijke hoeveelheid schulden mee torsen en dus extra kwetsbaar zijn.  Alle olie afhankelijke economieën en bedrijven zullen afzien van deze prijzenoorlog maar de vraag blijft wie het zal overleven. De Amerikaanse regering heeft alvast gereageerd door grote hoeveelheden olie aan te kopen voor de ‘US Strategic Petroleum Reserve’ om zo de Amerikaanse producenten te ondersteunen. Deze maatregel kan helpen om de lokale vraag, en dus de prijs,  in de VS voor even op te krikken. De vraag blijft hoe lang de prijs oorlog gaat duren en hoeveel bedrijven over kop zullen gaan.