Van klimaatwetenschap tot klimaatmaatregelen

Klimaat en broeikasgassen

Het klimaat op aarde is het resultaat van een complex evenwicht tussen ingaande en uitgaande energiestromen. De binnenkomende energie is zo goed als volledig afkomstig van onze zon. Net zoals de zon energie uitstraalt, verliest de aarde energie door middel van straling. Indien onze atmosfeer geen broeikasgassen zou bevatten, zou de uitgaande stralingsenergie van de aarde helemaal niet tegengehouden worden, wat zou leiden tot een gemiddelde aardoppervlaktetemperatuur van -18°C. Gelukkig zorgen broeikasgassen, voornamelijk waterdamp en CO2, ervoor dat ons klimaat een evenwichtstemperatuur van gemiddeld 15°C bereikt. Broeikasgassen absorberen namelijk delen van het lichtspectrum en stralen het erna terug geleidelijk uit, waardoor een deel van de uitgestraalde energie van het aardoppervlak niet ontsnapt maar ons terug bereikt. 

Klimaatopwarming

Het is dus niet de aanwezigheid, maar wel de overmaat aan broeikasgassen die de opwarming van ons klimaat veroorzaakt. De concentratie van CO2 en methaan stegen sinds het begin van de industriële revolutie in 1750 van 280ppm* en 700 ppb* naar respectievelijk 415ppm en 1850ppb. Maar het ene broeikasgas is het andere niet. Zo verwarmen de broeikasgassen methaan (CH4) en stikstofoxide (N2O) per ton onze atmosfeer ongeveer zo’n 28 en 265 keer meer op dan CO2 dat doet. Deze waardes worden het aardopwarmingsvermogen of Global Warming Potential (GWP) van een gas genoemd. Door het gebruik van deze GWP-waarden kan de globale uitstoot van alle broeikasgassen samengenomen worden tot een CO2-equivalente uitstoot.

Feedback mechanismen

De opwarming van het klimaat blijft niet beperkt tot de directe gevolgen van verhoogde concentraties broeikasgassen. Enerzijds bestaan er positieve terugkoppelingen die de opwarming versterken. Zo zorgt een stijgende temperatuur ervoor dat er meer waterdamp opgenomen wordt in de atmosfeer. Aangezien waterstof ook een broeikasgas is, versterkt dit effect de opwarming. Voorts verlaagt de gereflecteerde zonne-energie door de afname van ijsoppervlakte en komt er methaan vrij door het smelten van permafrost. Anderzijds zijn er ook negatieve terugkoppelingen aanwezig. Planten nemen door de hogere CO2 concentratie momenteel sneller CO2 op en de aarde straalt door de hogere temperatuur ook meer warmte uit.

Klimaatakkoord Parijs

Sinds de jaren 70 zijn er al klimaatwetenschappers die de beleidsmakers wijzen op de hierboven genoemde gevolgen van broeikasgasemissies. Desondanks heeft het tot 2015 geduurd vooraleer er een wereldbreed gedragen klimaatakkoord ontstond: het klimaatakkoord van Parijs, dat 195 landen verenigde. Dit akkoord legt vast dat de opwarming van het klimaat tot maximaal 2°C beperkt moet worden en dat we streven om onder 1.5°C te blijven. Het “Summary for policymakers” van het IPCC (Intergovernmental Panel on Climate Change) beschrijft op een eenvoudige en begrijpelijke manier de gevolgen en nodige acties voor het beperken van de opwarming tot 1.5°C. De hoeveelheid CO2 die uitgestoten kan worden om met 50% zekerheid onder 1.5°C(2°C) te blijven, genaamd het carbon budget, werd in 2018 geschat op ongeveer 580 (1500) gigaton CO2. Door de huidige en tegelijk toenemende uitstoot van ongeveer 42 gigaton CO2 per jaar is het duidelijk dat dit budget snel op kan zijn.

Klimaatmaatregelen

Welke klimaatmaatregelen moeten we nu aanwenden om dit probleem op te lossen? Subsidies, klimaattaksen, climate engineering, ..? De reden dat er, ondanks klimaatvriendelijke alternatieven, nog steeds zoveel broeikasgassen uitgestoten worden kan herleid worden tot twee eenvoudige economische verklaringen.

De eerste verklaring kan simpelweg uitgelegd worden aan de hand van volgend voorbeeld. Stel dat je in het bezit bent van een auto. Hiervoor betaalde je ooit voor de aankoop en tijdens het gebruik ervan betaal je voor de brandstof, etc. Het is vanzelfsprekend dat je door gebruik te maken van het wegennet slijtage aan de weg veroorzaakt en dit vergoed door het betalen van een wegentaks. Zodoende kunnen wegen onderhouden worden. Zo zou het even vanzelfsprekend moeten zijn om een bepaalde bijdrage te betalen indien we het klimaat schaden zodat dit geld aangewend kan worden om de broeikasgassen op een efficiënte manier terug uit de atmosfeer te halen en zo de klimaatopwarming terug te draaien. Aangezien elke ton CO2 even schadelijk is voor ons klimaat is het nogal logisch dat er een bepaalde prijs per ton CO2 wordt opgelegd. Dit zorgt voor een eerlijke taks aangezien elk persoon of bedrijf hetzelfde betaald per uitgestoten hoeveelheid en dat zo de grootste uitstoters ook evenredig belast worden. Naast de opbrengst van zo’n taks, die aangewend kan worden om klimaatmaatregelen te nemen, zorgt zo’n taks ook voor een verlaging van de totale uitstoot. De verhoging in kostprijs door de CO2 taks op een product verlaagt immers de interesse in het product. Kort samengevat wordt de fossiele optie duurder of minder interessant terwijl de klimaatvriendelijke optie interessanter wordt.

Een tweede economische verklaring voor de uitstoot van broeikasgassen ligt in het feit dat fossiele brandstoffen erg goedkoop zijn. Indien fossiele brandstoffen erg duur waren zouden financiële keuzes leiden tot de goedkopere, klimaatvriendelijke alternatieven. 

De oplossing ligt dus voor de hand. Door een eerlijke kost toe te kennen aan de uitstoot van broeikasgassen verhoogt de prijs van de fossiele optie t.o.v. zijn klimaatvriendelijk alternatief. Daarnaast kunnen investeringen in onderzoek er ook voor zorgen dat de kosten van klimaatvriendelijke alternatieven dalen en hierdoor sneller competitief worden.

Geïnteresseerd hoe zo’n klimaattaks geïmplementeerd werd in Europa? Lees HIER artikel van Holger Willems: “EU-emissiehandelssysteem – De oplossing voor de klimaatopwarming?”

*ppm = parts per million
*ppb = parts per billion