Op uranium de wereld rond: hoe nucleaire reactoren hun toepassing vinden in de scheepsvaart

Op uranium de wereld rond: hoe nucleaire reactoren hun toepassing vinden in de scheepsvaart

Het gebruik van kernreactoren voor energieopwekking is waarschijnlijk wel gekend bij het grote publiek maar dit is zeker niet de enige toepassing waar we dergelijke reactoren terugvinden. Zo varen er vandaag de dag honderden schepen rond met een nucleaire aandrijving en zijn er zelfs testen uitgevoerd om vliegtuigen aan te drijven met behulp van een nucleaire motor.  Hoe het werkt De nucleaire reactoren gebruikt om schepen aan te drijven, vertonen grote gelijkenissen met deze gebruikt voor energieopwekking, maar hebben een lager vermogen gaande van 10 MW tot enkele 100 MW.  Een reactor gebruikt in de energiesector heeft ter vergelijking meestal een vermogen rond de 1000 MW. Het geheel bestaat uit twee gesloten watercircuits. Een eerste watercircuit bevat het radioactieve water en koelt de nucleaire reactor af om vervolgens deze opgenomen warmte in een warmtewisselaar af te geven aan het tweede watercircuit. Deze warmtewisselaar verwarmt de vloeistof op hoge druk uit het tweede circuit tot stoom. Vervolgens gaat de stoom door een turbine waar hij arbeid levert. Een condensor koelt de stoom die de turbine verlaat verder af met behulp van zeewater tot vloeibaar water waarna de pomp de vloeistof terug naar de warmtewisselaar pompt. De door de turbine geleverde arbeid wordt gebruikt om rechtstreeks de schroef, een generator ofwel beide aan te drijven. Indien de turbine enkel een generator aandrijft, zorgt een elektromotor voor de voortstuwing van het schip.   Een ander verschil met reactoren gebruikt voor de energieproductie is de brandstof die deze reactoren gebruiken. Deze schepen gebruiken zeer hoog verrijkt uranium-zirkonium of uranium-aluminium met een veel langere levensduur dan het gebruikte uraniumoxide in de energiecentrales als brandstof....
Hoelang blijft het licht nog branden?

Hoelang blijft het licht nog branden?

Het Belgische elektriciteitssysteem is de laatste tijd het onderwerp van menig krantenartikel. Dit is niet zo vreemd aangezien we het laatste jaar in België niet stil stonden. Zo komt hernieuwbare energie steeds meer in de belangstelling en sleutelt men aan de zogenaamde slimme meters. Interessant werd het pas echt toen een aantal van onze trouwe kerncentrales vorige winter dienst weigerden. Het was de bron van een hele reeks doemscenario’s die gingen van afschakelplannen tot heuse black-outs. Uiteindelijk hebben we vorige winter toch niet zonder licht gezeten en heeft niemand het koud gehad. We kunnen dus op onze twee oren slapen en de kernuitstap kan geen probleem meer zijn. Toch fronsen er nog vele wenkbrauwen wanneer dit onderwerp aan bod komt. Kunnen we dan niet gewoon de markt zijn ding laten doen en het probleem zichzelf laten oplossen?   Een kwetsbaar evenwicht De elektriciteitsmarkt verschilt heel erg van eender welke andere markt. Normaal produceer je iets en hou je het bij tot iemand het van je wil kopen. Bij elektriciteit zit het wel even anders omdat het opslaan van elektrische energie zeer moeilijk is. In principe moet alles wat geproduceerd wordt op hetzelfde moment gebruikt worden. Of beter: alles wat verbruikt wordt moet iemand anders gelijktijdig produceren. Wanneer dit niet lukt, is er een probleem. In het ergste geval spreken we van een black-out, wat zo veel betekent als geen elektriciteit in één of meer regio’s. Om het niet zo ver te laten komen, is in ons land netbeheerder Elia verantwoordelijk voor deze balans. Zij maken zelf geen elektriciteit maar zorgen ervoor dat iedereen zich mooi aan de regeltjes houdt...

Brandstof maken uit lucht, hoe dromen werkelijkheid werden

Wanneer men spreekt over klimaatverandering, draaien alle hoofden meteen in de richting van CO2 uitstoot. Nieuwe technologieën schieten dan ook als paddenstoelen uit de grond om CO2 emissies te reduceren. Nog beter is het vangen van CO2 uit de lucht om het terug op te slaan in de grond. Dit bleek echter geen geweldig business model, vandaar dat naar manieren gezocht werd om de CO2 te verkopen en het een tweede leven te geven, bijvoorbeeld in de vorm van brandstoffen. Deze technologie wordt Air to Fuel (A2F) genoemd en kan de laatste tijd op veel (financiële) steun rekenen, ondanks zijn vele tegenstanders. Ligt de commerciële doorbraak van een CO2 neutrale brandstof in het verschiet?   They call it magic… De technologie is niet nieuw, maar bestaat uit een beetje knip-en plakwerk. Simpel gezegd wordt water door middel van een energie-intensief elektrolyseproces gesplitst in H2 en O. Vervolgens wordt die H2 gemengd met CO2, dat via ethanolamines uit de lucht gefilterd is, ter vorming van koolwaterstoffen. Hieruit kunnen verschillende soorten brandstoffen gemaakt worden. In tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden, is dit geen manier om CO2 op magische wijze te doen verdwijnen. De CO2 die uit de lucht gehaald wordt, wordt nadien gewoon terug uitgestoten bij verbranding van deze synthetische brandstoffen. Bovendien is enorm veel energie nodig om CO2 om te zetten in brandstof. Dit hele proces is in het beste geval dus slechts CO2 neutraal, op voorwaarde dat hernieuwbare energie gebruikt wordt voor het proces.   Roze Brildragers of zwartkijkers? Het belangrijkste tegenargument was lange tijd dat het onttrekken van CO2 aan de lucht met prijzen rond de...